0900 - 20 20 643

Kattenbakproblemen

Het plassen van de kat naast de kattenbak is een veel gemeld probleem van katteneigenaren. Om te beginnen moet uitgezocht worden of het probleem ook van medische aard kan zijn. Daarom wordt u als eerste gevraagd om urine van het dier op te vangen en aan te bieden op de praktijk voor onderzoek naar bijvoorbeeld blaasontsteking of blaasgruis.

Als blijkt uit het urineonderzoek dat de urine niet afwijkend is, gaan we het gedrag van de kat beoordelen. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen onzindelijkheid en sproeigedrag. Hieronder wordt het verschil duidelijk gemaakt.

Wanneer u de urine heeft opgevangen maar niet meteen naar de praktijk kunt brengen, adviseren wij u om de urine op een koele plek te bewaren, dit om verontreiniging van buiten te voorkomen.

Onzindelijkheid

Bij onzindelijkheid liggen de plassen vaak op de grond en de kat zal proberen het onder te graven. Onzindelijkheid kan, behalve door een lichamelijk probleem (urineonderzoek noodzakelijk), veroorzaakt worden door stress of problemen met de kattenbak. De volgende stap is dan om het kattenbakbeleid bij u thuis te bekijken. Hier zijn de volgende richtlijnen voor opgesteld:

 

  • Geef zo mogelijk iedere kat een eigen kattenbak + 1 extra (tenzij de kat de behoefte buiten doet).
  • Gebruik een kattenbak zonder kap. Dit is minder stressvol en voorkomt het belagen van de kat die op de bak zit. Daarbij houdt zo'n kap toch niet de vieze luchtjes vast.
  • Maak de kattenbak twee maal daags schoon door de ontlasting en urinebolletjes uit het grit te scheppen.
  • Maak de kattenbak eens per week helemaal schoon met chloor. De geur van chloor motiveert katten om daar te plassen.
  • Reinig urine op plaatsen buiten de bak met soda, Biotex®, groene zeep of Urine-off spray®. Met andere middelen blijft de geur van de kattenurine achter en zal de kat de plek opnieuw willen markeren.
  • Zet de kattenbakken op verschillende rustige plekken in huis. Meerdere kattenbakken in dezelfde ruimte ziet de kat als 1 toilet.
  • Zet de kattenbak niet naast de etens- en drinkbakjes.
  • Gebruik een zo fijn mogelijk grit zonder geurtjes. Katten hebben een sterker ontwikkeld reukvermogen dan de mens en vinden die extra geur niet prettig op hun toilet.

Mochten de problemen aanhouden na het aanpassen van het kattenbakbeleid zal het gedrag van de kat nader beoordeeld moeten worden.

Neem hiervoor contact op met onze kattengedragstherapeut Nienke Ribbink.

Sproeigedrag

De belangrijkste kenmerken van sproeigedrag zijn:

  • het wordt op neushoogte van de kat gedaan 
  • het wordt niet onder gewerkt

 

Dit heeft ermee te maken dat dit gesproei als communicatiemiddel wordt gebruikt. Door de markeringen geeft de kat aan wat zijn territorium is en wat zijn gemoedstoestand is. Sproeien komt vooral voor bij meerkatshuishoudens (meer dan 1 kat in huis) en katten die onzeker zijn door andere katten in de buurt.

Wanneer het blijkt dat het om sproeigedrag gaat, kunt u contact opnemen met onze kattengedragstherapeut Nienke Ribbink voor goed advies op maat.