Kliniek Gemzenstraat 055 - 521 52 14
Kliniek Waleweingaarde 055 - 533 26 10
Praktijk Woudhuis 055 - 366 87 84

Overige informatie hond en kat

  • Chocoladevergiftiging hond/kat
  • Gebitsproblemen hond en kat
  • De mogelijke gevaren van kerstversiering
  • Oververhitting
  • Chemische castratie bij de reu
  • Risico's versvlees dieet
  • Honden en spelen met stok
  • Urineonderzoek bij hond en kat

Chocoladevergiftiging hond/kat

Chocoladevergiftiging hond/kat

Hoe gevaarlijk is het als uw hond chocolade eet?

Het basisingrediënt van chocolade is cacao en cacao is giftig voor honden. In cacao zitten bepaalde stoffen: alkaloïden. Twee van deze alkaloïden zijn theobromide en cafeïne en juist die zijn giftig voor de hond. Alle chocolade bevat, afhankelijk van het merk en de soort chocolade, een bepaalde hoeveelheid cacao. Pure chocolade bevat het meeste cacao, witte chocolade het minst.

Waarom worden honden ziek van chocolade?

Mensen kunnen deze stoffen zonder problemen snel verwerken. Honden helaas niet; die hebben een lange tijd nodig om deze alkaloïden uit het lichaam te verwijderen. Zo worden deze giftige stoffen in het lichaam opgestapeld. Of de hond er ook ziek van wordt, is afhankelijk van zijn eigen gewicht en van de soort en de hoeveelheid chocolade die hij opgegeten heeft.

De verschijnselen van een chocoladevergiftiging

De eerste verschijnselen treden meestal na vier tot twaalf uur op. De hond wordt onrustig, drinkt en plast veel en kan gaan braken. Het is mogelijk dat de hond gaat rillen en zelfs epileptische aanvallen krijgt. Bij een zware vergiftiging leidt het tot hartritmestoornissen en kan de hond in coma raken. Vooral voor oudere honden kan dat kritiek zijn. Als een drachtige hond teveel chocolade eet kunnen de ongeboren pups de gifstoffen via de placenta opnemen en bestaat de mogelijkheid dat ze aan een te hoge dosis sterven.

Wat moet u doen?

Wanneer uw hond chocolade heeft gegeten, is het verstandig om zo snel mogelijk contact op te nemen met uw dierenarts om te overleggen wat u het beste kan doen. Houd de verpakking bij de hand.

Natuurlijk is het altijd veel beter om te voorkomen dat uw hond chocola eet. Laat het nooit onbeheerd op tafel staan of in openstaande tassen.

Katten en chocolade

Katten kunnen ook absoluut niet tegen deze stoffen. Ze zullen misschien uit zichzelf niet zo gauw
chocola eten, maar u mag het ze beslist niet geven. Vooral kittens zijn er erg gevoelig voor.

Gebitsproblemen hond en kat

Gebitsproblemen hond en kat

Het gebit van onze huisdieren is, net als bij mensen wanneer we onze tanden niet regelmatig zouden poetsen, gevoelig voor tandplak, tandsteen en andere gebitsaandoeningen. Dit kan op langere termijn problemen opleveren. Vier op de vijf honden of katten die ouder zijn dan drie jaar hebben gebitsproblemen. Voor een groot deel worden deze problemen veroorzaakt door tandplak en tandsteen. Naarmate de dieren ouder worden, groeit vervolgens ook de kans op het ontstaan van tandvleesproblemen. Wanneer het gebit niet goed wordt verzorgd, kan dit vele gevolgen hebben, variërend van een slechte adem tot zelfs het verlies van tanden en kiezen. Wanneer u met uw dier voor de jaarlijkse vaccinatie komt, is het nakijken van het gebit een vast onderdeel van de gezondheidscontrole door de dierenarts.

Symptomen

Bij alle dieren is het belangrijk om te letten op symptomen die op gebitsaandoeningen kunnen wijzen. Bijvoorbeeld:

  • Het niet kunnen eten terwijl er wel interesse is voor voedsel
  • Heel veel speekselen
  • Rood en ontstoken tandvlees
  • Zwellingen aan de kop
  • Vermageren
  • Slechte adem

Mocht een behandeling noodzakelijk zijn dan wordt dat met u overlegd. Omdat een goede inspectie alleen mogelijk is onder verdoving, want dieren met gebitsproblemen laten meestal niet zomaar toe dat de bek geopend wordt, maken we hiervoor een aparte afspraak. Het totale gebit wordt beoordeeld en eventueel noodzakelijke behandelingen worden uitgevoerd.

Bekijk de video's hieronder voor meer informatie over het verzorgen van het gebit van uw huisdier of download de poetsinstructie voor de hond of kat. Ook op de site van het LICG vindt u veel informatie over dit onderwerp.

De mogelijke gevaren van kerstversiering

Kerstbomen

De dennennaalden van de boom zijn giftig en kunnen, indien opgegeten, de darmwand doorboren. Zet daarom de voer- en drinkbak niet onder de boom. Zorg er ook voor dat uw huisdier het water van de boom niet kan drinken, hierin zitten opgeloste gifstoffen uit de dennennaalden.

Ziekteverschijnselen zijn: braken, diarree, slijmvliesontsteking in de bek/keel en sloomheid.

Ook de takken van naaldbomen kunnen een allergische reactie veroorzaken. Verschijnselen: een dikke snuit, gezwollen oogleden en oorschelpen.

Kerstplanten

Hulst, de kerstroos, de maretak en de kerstster zijn giftig voor uw huisdier indien ze worden opgegeten.

Verschijnselen zijn: misselijkheid, braken, speekselen, slijmvliesontsteking in de bek, diarree (soms bloederig), opwinding, stuiptrekkingen, benauwdheid en hartritmestoornissen.

Bij huidcontact met het sap van de kerstster kunnen blaren ontstaan.

Kerstballen

Wanneer kerstballen kapot gaan kunnen ze wondjes veroorzaken aan de poten van uw huisdier als deze erin trapt. Bij het opeten van de scherven kunnen inwendige problemen ontstaan. Wees dus alert en zorg ervoor dat uw huisdier hier niet bij kan.

Engelenhaar

Bij contact met engelenhaar kan een allergische reactie ontstaan. Verschijnselen zijn acute benauwdheid, opgezwollen lichaamsdelen of jeuk en roodheid op de contactplekken. 

Lametta

Dit zijn lange glimmende sliertjes die als kerstboomversiering worden gebruikt. Indien ze opgegeten worden, kunnen ze verstoppingen veroorzaken in de darmen.

Verdenkt u uw huisdier van één van bovenstaande gevallen? Neem dan gelijk contact op met uw dierenarts!

Oververhitting

Oververhitting en warmtetips voor uw huisdier

Dieren kunnen snel oververhit raken. Het is belangrijk om dieren die oververhit zijn, zo snel mogelijk af te koelen. Dit kan bijvoorbeeld door het dier te bedekken met natte doeken (vooral de buik) of met de poten in een teiltje met water te zetten.

Gooi geen emmer water over het dier heen want dit kan gevaarlijk zijn en bijvoorbeeld een hartstilstand veroorzaken!

Verschijnselen oververhitting

  • Warm aanvoelen
  • Hijgen
  • Kwijlen
  • Sloom
  • Rode slijmvliezen
  • Braken (alleen bij honden)

Tips voor de warmere zomerdagen

Hond

Maak geen lange wandelingen in de hitte, ga liever in de ochtend of tegen de avond als het koeler is.

Honden kunnen hun warmte alleen kwijt door te hijgen en hebben alleen zweetklieren in hun voetzooltjes. Kijk dus uit bij wandelingen op warm asfalt. Om te checken of het asfalt niet te heet is, kunt u zelf met uw handpalm op het asfalt voelen. Zoals u met uw handpalm voelt, zo voelt uw hond namelijk ook met zijn voetkussentjes.  

Ga overdag niet met uw hond fietsen en laat uw hond zeker niet in een stilstaande auto zitten. In de auto loopt de temperatuur sneller op dan u denkt! De temperatuur loopt binnen tien minuten wel tien graden op en na een half uur is de temperatuur verdubbeld.

Honden met een dunne vacht kunt u insmeren met zonnebrandcrème om te voorkomen dat de huid verbrandt.

Zorg dat de hond een plek in de schaduw heeft en voldoende drinkwater. Het water mag niet te koud zijn en kan het beste in kleine hoeveelheden per keer worden aangeboden. 

Kat

Katten zoeken vaak zelf een koel plekje binnen of buitenshuis. Zorg in huis in ieder geval voor voldoende drinkwater. Mocht uw kat toch vervoerd moeten worden, houdt dan goed de signalen van oververhitting in de gaten.

Konijn

Probeer het hok van uw konijn uit de felle zon te houden. Mocht dit niet lukken dan kunt u het hok eventueel afkoelen door er een nat, wit laken overheen te leggen.

U kunt zelf koelelementen maken door bijvoorbeeld een drinkfles met water te vullen en deze een tijdje in de vriezer te leggen. Wikkel een handdoek om de koude fles en leg hem in het konijnenhok. Uw konijn kan hier dan lekker tegenaan gaan liggen. Houd wel in de gaten dat het konijn niet aan de fles of de handdoek gaat knagen.

Met het warme weer verschijnt de blauw-groene vlieg. Deze vlieg legt duizenden eieren, bij voorkeur op onreine plekken zoals aangeplakte ontlasting rond de anus of andere vuile plekken op het dier. Deze eitjes worden, onder optimale omstandigheden, binnen 24 uur omgevormd tot maden. Het is verstandig om uw konijn dagelijks te controleren op vieze plekken en deze eventuele plekken te reinigen. Verder kunt u uw konijn tegen maden beschermen met behulp van een spray. Lees hier meer over het voorkomen van maden bij uw konijn

Chemische castratie bij de reu

Chemische castratie bij de reu

Wel of niet castreren?

Iedere hondeneigenaar met een reu in huis komt een keer voor de keuze: laat ik mijn hond castreren of niet? Een keuze die vaak niet makkelijk is. Hoewel de ingreep niet zo groot is, laten veel eigenaren hun reu toch niet zómaar castreren. Daar moet wel een reden voor zijn. Bovendien kun je een castratie niet even ‘uitproberen’, want een chirurgische ingreep is definitief.

Tijdelijke castratie is mogelijk!

Het alternatief is een implantaat dat de productie van de geslachtshormonen remt. Hierdoor treedt een tijdelijke onvruchtbaarheid op van minimaal zes maanden. Er is ook een langwerkend implantaat met een werkzaamheid van minimaal twaalf maanden.

Risico's versvlees dieet

Risico's versvlees dieet

Of iemand nu brokken of vers vlees aan zijn kat of hond geeft of de voeding zelf samenstelt (BARF), in één ding zijn we allemaal gelijk: iedereen wil een lang en gezond leven voor zijn huisdier. We krijgen steeds meer vragen van klanten over het voeren van vers vlees, voornamelijk aan de hond, maar is dit wel zo gezond?

De samenstelling van een voeding en voedingsbehoeften

Honden- en kattenvoeding moet alle voedingsstoffen bevatten die een hond of kat nodig heeft om gezond te leven. Het zelf samenstellen van voeding vergt zoveel kennis dat dierenartsen dat afraden in verband met het risico op het optreden van tekorten. Het ontbreken van een goede balans tussen calcium, fosfor, vitamine D en andere voedingsstoffen in de voeding is vooral riskant bij jonge honden in de groeiperiode, zwangere honden en zogende teefjes, maar ook voor oudere honden die een hoger risico op nierinsufficiëntie hebben.

Als voorbeeld geldt voor wolven in dierenparken daarom ook het advies om ze voor minimaal 60-70% commerciële hondenbrokken te voeren om tekorten te voorkomen. Voor de overige 30-40% kunnen vleesbotten of prooidieren worden gebruikt, voornamelijk als verrijking van de leefomgeving. Het zelf samenstellen van een goed uitgebalanceerde voeding blijkt dus heel lastig en vergt veel kennis en tijd.

Toch zijn er eigenaren die vers vlees aan hun hond (willen) voeren. Hieronder worden een aantal veel gebruikte argumenten stapsgewijs besproken om duidelijk te maken waarom dierenartsen het voeren van vers vlees afraden.

“Carnivoren moeten vooral vers vlees eten”

Katten zijn echte carnivoren (vleeseters) en honden semi-carnivoren. Katten hebben hierdoor een iets hogere eiwitbehoefte dan honden en kunnen het aminozuur Taurine niet zelf aanmaken. De overige (essentiële) aminozuren kunnen zij uit zowel plantaardige als dierlijk eiwitten halen. Voor honden geldt dit ook; zij blijken bijvoorbeeld tarwe-eiwitten zelfs beter te verteren dan diverse dierlijke vetten. Dat carnivoren vooral vers vlees moeten eten is hiermee weerlegd.

De hond en de wolf

Misschien wel het meest gehoorde argument om de hond vers vlees te voeren omdat hij van de wilde wolf afstamt. Uit onderzoek blijkt echter een genetisch verschil op het gebied van de spijsvertering van de hond en de wolf. De hond heeft bijvoorbeeld meer amylaseproductie dan de wolf, wat een rol speelt bij de vertering van zetmeel.

Vers vlees en gezondheid

Eigenaren geven vaak aan dat het voeren van vers vlees een meer ‘biologische’ manier van voeren is en de gezondheid van het dier positief beïnvloedt. Hier is echter geen wetenschappelijk bewijs voor gevonden. Dieren die vers vlees gevoerd krijgen hebben juist een verhoogd risico op parodontitis en tandfracturen, een verhoogd risico op wormbesmetting bij het eten van rauwe vis en een verhoogd risico op een bacteriële besmetting. Wanneer het verse vlees tevens botten bevat kan dit ook gezondheidsproblemen opleveren, bijvoorbeeld door darmperforaties of verstoppingen.

Bacteriën in vlees

Vleesproducten zijn gevoelig voor bacteriën. Uit een onderzoek onder versvlees diëten kwam naar voren dat 48% van de voeding besmet was met bijvoorbeeld salmonella of E. coli. En acht op de tien zelfsamengestelde diëten op basis van kip bevatte salmonella. Deze bacteriën kunnen ernstige diarree veroorzaken bij de hond maar zijn ook overdraagbaar op de mens. Voor met name kinderen en oudere mensen is dit een extra risico. De overdracht kan bijvoorbeeld plaatsvinden doordat het dier de vacht likt en de eigenaar het dier aait. Maar ook kruisbesmetting door bereiding van het vlees in de keuken is een risico.

Het invriezen van de versvleesproducten bij -18 graden Celcius (gemiddelde temperatuur in vriezer) doodt onder andere Salmonella bacteriën niet of onvoldoende. In sommige studies werden de bacteriën na invriezing op -20 graden weer opnieuw opgekweekt. Verhitting van de voedingsbestanddelen, zoals bij brokvoeding gebeurt, zorgt ervoor dat de ziekmakende bacteriën niet overleven.

Mycotoxinen in blik- en brokvoeding

Commerciële voeding bevat verschillende ingrediënten die afkomstig zijn van verschillende leveranciers en er is dus ook een risico op microbiële contaminatie. Hierop wordt echter streng gecontroleerd. Mycotoxinen zijn toxinen die worden geproduceerd door schimmels en deze kunnen schadelijk zijn voor de organen van het dier dat de toxinen met de voeding binnenkrijgt. Ze worden vooral gevonden op granen zoals maïs en tarweproducten, die worden gebruikt in de diervoeding. Vanwege de hoge mate van toxiciteit van mycotoxinen heeft de Europese wetgeving hiervoor richtlijnen opgesteld waarin staat welke hoeveelheid mycotoxinen per kg voer is toegestaan (maximaal 20 μg aflatoxin B1 per kg). Hierop wordt frequent gecontroleerd.

Grote voerproducenten als Royal Canin, Hills en Eukanuba houden zich aan de wettelijke eisen wat betreft de hoeveelheid mycotoxine die de voeding mag bevatten. Om de hoeveelheid mycotoxinen te beperken, maken zij veelal gebruik van conserveringsmiddelen (BHA en BHT) en schimmelbestrijdingsmiddelen (E324). Voor humaan voedsel zijn deze middelen verboden vanwege gezondheidsredenen. Voorstanders van versvlees diëten willen voeding voor hun huisdier zonder deze middelen. Om op deze vraag in te spelen komen er steeds meer voerproducenten met ‘natuurlijke’ voeding waar deze middelen en andere conserveringsmiddelen niet in wordt verwerkt.

Productieproces

De productie van brokken en blikvoeding is aan wetgeving onderhevig, in tegenstelling tot rauwe vleesvoeding. Voor de controle op bacteriële contaminatie van rauwe vleesproducten zijn slechts vrijblijvende richtlijnen opgesteld (FEDIAF 2011, NRC 2006). Er zijn een aantal fabrikanten van rauwe vleesproducten voor honden en katten die aangeven dat ze steekproefsgewijs controleren op de aanwezigheid van deze pathogenen. Daarnaast is het vermelden van de mogelijke risico’s bij dergelijke producten niet verplicht. Wat betreft de samenstelling van brokken en blikvoeding geldt ook de wetgeving die gebruik van dierlijk afval en risicomaterialen verbiedt (EC richtlijnen).

Honden en spelen met stok

Risico's van het spelen met stokken voor uw hond

Veel honden (en baasjes) vinden het leuk om met stokken te spelen. Jij gooit de stok weg, je hond rent er achteraan en brengt hem bij je terug. Of hij gaat er lekker op liggen kauwen. Maar is het spelen met stokken wel zo onschuldig?

Regelmatig wordt er een hond bij de dierenarts gebracht met verwondingen door een stok

Verwondingen door stokken kunnen over het hele lichaam plaatsvinden. Maar vaak raakt de hond in en rond de bek gewond. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de hond

  • De stok verkeerd vangt
  • Met de stok in hun bek ergens tegenaan loopt

In sommige gevallen kunnen er bijvoorbeeld splinters achterblijven die tot maanden na het spelen met de stok nog voor problemen kunnen zorgen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ontstekingen of abcessen.

Het is niet altijd gelijk zichtbaar of een hond schade oploopt bij het spelen met een stok.

Neem gelijk contact op met uw dierenarts bij verwondingen door stokken

Bij verwondingen door stokken is het belangrijk om altijd gelijk contact op te nemen met uw dierenarts. Stokken kunnen namelijk ernstige schade veroorzaken. Deze schade treed vaak op onder de tong, achter in de keel, in het gehemelte, of zelfs in het voorste deel van de slokdarm of luchtpijp.

Ook kunnen stokken klachten geven aan het spijsverteringsstelsel. Stukjes stok die in de maag en/of darmen terecht komen kunnen ontstekingen of irritaties veroorzaken of in sommige gevallen zelfs door de darmwand heen komen. Klachten die hierbij veel voorkomen zijn braken, diarree, niet willen eten of drinken en sloomheid.

Alternatief voor het spelen met stokken

Als alternatief voor het spelen met uw hond zou u een frisbee, dummy, bal of speciale gooistok kunnen gebruiken. Let er bij een bal wel op dat deze het juiste formaat heeft. Een te kleine bal kan namelijk verstikkingsgevaar opleveren! 

Urineonderzoek bij hond en kat

Urineonderzoek bij hond en kat

Wanneer is urineonderzoek zinvol?

Er zijn nogal wat omstandigheden waarbij het zinvol kan zijn om de urine van uw hond of kat door ons te laten onderzoeken:

  • Vaak plassen
  • Veel plassen
  • Kleine beetjes plassen
  • Bloed in de urine
  • Niet of moeilijk plassen

Bij bovenstaande problemen kan urineonderzoek ons verder helpen bij het zoeken naar de oorzaak van die klachten.

Wat houdt het urineonderzoek in?

Eerst wordt met behulp van een “stick“ de urine gecontroleerd op aanwezigheid van bloed, eiwitten en glucose (suiker) en de hoogte van de pH (zuurgraad). Het soortelijk gewicht (de concentratie van de urine) wordt gemeten met een refractometer. Als de uitslag van dit gedeelte van het onderzoek daar aanleiding toe geeft draaien we de urine af in een centrifuge en bekijken we het sediment onder een microscoop.

De uitslag van de controle met de “stick” is vrijwel direct bekend. Daar kunt u eventueel op wachten. Het microscopisch onderzoek vergt wat meer tijd. Het kan dan praktischer zijn om u de uitslag telefonisch door te geven. De eventuele behandeling kan dan gelijktijdig met u worden besproken.

Het opvangen van urine

Hond

  1. Houd bij de reu een soeplepel of een plat bakje onder de buik/penis.
  2. Bij de teef houdt u een soeplepel of plat bakje tussen de achterpoten/achter de staart van de hond.

Kat

  1. Houd een klein bakje of lepel onder de staart tijdens het plassen.
  2. Sluit de kat een aantal uren op in de badkamer met een bak gevuld met katkor.  Katkor is bij ons verkrijgbaar en bestaat uit een zakje met een pipetje, bewaarbuisje en plastic korreltjes voor in de kattenbak.  

De urine moet liefst zo vers mogelijk zijn en zo schoon mogelijk. Dus zonder kattengrit, zand en dergelijke. Als u urine opgevangen heeft, bewaar het dan het liefst in de koelkast tot het moment dat u de urine bij ons langs komt brengen. De urine mag echter niet ouder zijn dan twaalf uur. Voor een regulier onderzoek is ongeveer 2 tot 10 ml ruim voldoende. 

Het opvangpotje/-buisje moet goed schoon zijn. Let erop dat bijvoorbeeld jampotjes resten van suiker kunnen bevatten!

U kunt urine aanleveren bij al onze vestigingen tijdens werkdagen vóór 16.00 uur.

De kosten van het urineonderzoek

De kosten zijn afhankelijk van het soort urineonderzoek dat wordt uitgevoerd en noodzakelijk is om de oorzaak van de klachten van uw dier te achterhalen. Deze kosten worden met u besproken wanneer u de urine bij onze praktijk komt brengen en u kunt de kosten dan ook gelijk voldoen.

Terug naar Informatie
Terug naar boven